KLIK HIER VOOR INFORMATIE
OVER DE SITE

COLUMNS

Over belevenissen en inzichten

CLICK HERE FOR
THE PARENT SITE
and SITE SEARCH


Lawaaierige buren

Ze was een vrouw op leeftijd. Dat wel! Maar ze was nog niet echt bejaard. En ze woonde samen met haar bijna even oude echtgenoot in een appartement van een flatgebouw in een klein stadje in de provincie Overijssel. Ze woonde daar gezellig en tevreden. Maar er was één groot probleem! Ze had erg last van een onbestemd, bonkend geluid dat uit het appartement van haar directe buurman leek te komen. Het moet de bas van zijn geluidsinstallatie zijn. Daarvan was zij overtuigd! Maar haar man hoorde dat geluid niet. 'Hij wordt een beetje doof', dacht zij bij zichzelf. Want geluid is duidelijk te horen! Iedere dag had zij er last van. Er was geen dag dat zij niet met dat vervelende gebonk werd geconfronteerd. 'Het is om gek van te worden', zei zij tegen haar man. Eerst besloot zij om er maar niets tegen te ondernemen. Want zij wilde beslist geen moeilijkheden met haar buren hebben. De buurman was nogal een potig mannetje. En hij had in haar beleving ook nog een verkeerde huidskleur. Dus daarom hield zij zich lange tijd gedeisd. Toch werd het haar op zeker moment al te gortig. Ze kreeg meer en meer last van het bonkende lawaai uit het naastliggende appartement.

Dus besloot zij op zeker moment toch maar de stoute schoenen aan te trekken, door bij haar buurman te gaan klagen over het lawaai wat zij uit zijn woning hoorde komen. In grote tegenstelling tot wat zij op dat moment had verwacht, was haar buurman haar zeer tegemoetkomend. Hij zei haar er goed op te willen toezien dat haar geen onnodig geluid ten gehore zou komen. Maar hij ontkende dat hij een muziekinstallatie had waar dat bonkende geluid uit naar voren zou komen. Omdat haar buurman haar zo welwillend tegemoet was getreden, had zij er op dat moment groot vertrouwen in dat haar probleem door hem zou worden opgelost. Maar het tegengestelde bleek later waar te zijn, zij bleef het gebonk luid en duidelijk horen. Dit maakte aan haar duidelijk dat de buurman niet de waarheid sprak. 'Hij heeft er niets aan gedaan', dacht zij. Maar haar buurman ontkende dat dat harde geluid ook maar op enigerlei wijze uit zijn woning vandaan zou komen. Ze kon uiteindelijk haar geduld niet meer bewaren, zodat zij voortaan iedere dag naar haar buurman toeging om weer opnieuw over dat gebonk te gaan klagen. Het werd een welles en nietes discussie tussen hen beiden. Hij ontkende steeds dat dat geluid bij hem uit de woning vandaan kwam. En zij hoorde dat geluid steeds duidelijker. Uiteindelijk raakte zij door zijn ontkenning zozeer opgefokt, dat de sfeer tussen hen beiden ernstig verziekt begon te raken. Gelukkig kon de partner van de buurman de boel aardig sussen. Ja logisch, ze moest ook wel. Want ze was hoogzwanger van hun tweede kind. En zij had dan ook in het geheel geen zin in onenigheid in haar directe woonomgeving.

Omdat haar geklaag niet hielp, besloot de oude vrouw uiteindelijk om via de rechter haar gelijk te halen. Het leek haar voor de rechter een eenvoudige zaak. De rechter zou na het aanhoren van haar klacht en na het nodige onderzoek te hebben ingesteld, haar vanzelfsprekend in het gelijk stellen. Zodat zij op deze haar onsympathieke wijze uiteindelijk toch van het gebonk van haar buurman zou worden verlost. De rechter was haar gelukkig zeer terwille, hij begreep dat het lawaai wat zij aan hem beschreef, erg vervelend voor haar moest zijn. Maar om een waterdicht bewijs voor het lawaai te halen, schakelde hij eerst verschillende deskundigen in voor een diepgaand onderzoek. Maar niemand van hen kon ook maar de geringste aanwijzing vinden voor de klachten van de oude vrouw. Ook op al de dagen dat de oude vrouw nadien nog over het gebonk vanuit zijn woning zou blijken te hebben geklaagd, konden zij geen enkel bewijs vinden voor datgene wat die oude vrouw zo hinderde. De rechter had zeer met deze oude vrouw te doen, maar als de door hem opgetrommelde deskundigen geen enkele aanwijzing voor de aanwezigheid van een duidelijke bron voor het door haar gehoorde lawaai konden vinden, dan moest de overlast op inbeelding zijn gestoeld. Dat was niet zozeer de conclusie van de rechter zelf, maar vooral van een tweetal artsen die zich hadden gespecialiseerd in de wetenschap van de menselijke psyche. Volgens deze doktoren kunnen mensen zich werkelijk bepaalde geluiden inbeelden. Zo sterk zelfs dat zij er volledig van overtuigd zijn dat die geluiden echt zijn en door iedereen in hun omgeving gehoord zouden kunnen worden. Maar als niemand anders die geluiden hoort, dan gaat het duidelijk om wanen, zoals die doktoren aan hem uitlegden. Voor de rechter was het geen gemakkelijke taak om de boodschap, namelijk dat er ook bij haar sprake was zou zijn wanen, zo acceptabel mogelijk aan die oude vrouw over te brengen. De rechter besloot om in zijn gerechtelijke uitspraak die oude vrouw te adviseren om voor advies in deze situatie haar huisarts te gaan consulteren. En hij vertelde haar dat hij reeds aan haar huisarts had geadviseerd om voor haar voor psychische ondersteuning te gaan zorgen. De geluiden die zij zei te horen bleken geen reële geluiden te zijn. Het waren ingebeelde geluiden en al de waarnemingen van die geluiden waren gek genoeg datgene wat men in de psychiatrie als 'wanen' betiteld. In de psychiatrie wordt men zeer vaak geconfronteerd met patiënten die geluiden horen die anderen, die in dezelfde omgeving als hen verkeren, beslist niet horen. Bij deze patiënten is dan relatief vaak sprake van het horen van stemmen. Met name bij patiënten die kampen met de aandoening schizofrenie. Het horen van andere akoestische wanen komt ook regelmatig voor. In dat geval gebruikt men vaak de algemene aanduiding auditieve hallucinaties.

De rechter bleek in zijn juridische uitspraak incontestabel duidelijk te zijn over het feit dat er bij de bovenstaande oude vrouw sprake was van repeterende auditieve hallucinaties. De doktoren die hem daarover hadden geadviseerd waren blijkbaar erg zeker van hun zaak geweest. Ondertussen vragen wij ons af: 'zijn er, buiten de psychiatrische praktijk om, ook voorbeelden boven water te halen van dit soort zintuiglijke inbeeldingen? Daar lijkt het wel op! Tenminste als men zo de bevindingen naleest van de Let dr. Konstantin Raudive (een voormalig student van Carl Gustav Jung). Op het geluidsapparaat wat deze psychiatrisch arts in zijn bezit had, waren volgens hem vreemde stemmen te horen. Stemmen die volgens hem afkomstig leken te zijn uit een hypothetische geestenwereld. Na het uitkomen van zijn boek heeft dit door hem beschreven fenomeen breed aandacht gekregen. Maar vervolgens werd 'het ballonetje' ook weer eenvoudig lek geprikt. Want de mensen die naar die bandrecorderopnames luisterden, 'hoorden' de 'stemmen' pas nadat men hen van tevoren duidelijk had gemaakt op welke plaats op de geluidsband van de bandrecorder die 'stemmen' te horen waren. En bovendien 'hoorden' die mensen slechts datgene wat hen verteld was te zullen gaan horen. Wanneer hen niet was verteld wat zij konden horen en wáár zij datgene op de geluidsband konden horen, hoorden zij ook werkelijk niets. Het bleek dus duidelijk om inbeelding te gaan. Een vorm van inbeelding die bijvoorbeeld ook voorkomt bij het horen van dierengeluiden. In ieder taalgebied hoort men wat dat betreft een verschillend geluid. Een goed voorbeeld daarvan is het geluid van blaffende honden. Wat wij in Nederland hieromtrent omschrijven als 'woef-waf', wordt in andere talen heel anders omschreven. Hetgene wat men precies hoort, blijkt heel erg cultuurbepaald te zijn. Ons 'woef-waf'-geluid blijkt in Duitsland bijvoorbeeld als 'wau-wau' te klinken'. Dat is niet omdat honden daar anders blaffen, maar omdat de Duitsers van jongs af aan hebben aangeleerd dat het hondengeblaf zo klinkt.

De geschiedenis van de hierboven aangehaalde oude vrouw, welke een niet-bestaand geluid in haar woning 'hoort', komt overeen met het niet-bestaande stemmengeluid op de bandrecorder van dr. Konstantin Raudive. En het doet ook denken aan de gevariëerde wijze waarop mensen in de verschillende taalgebieden het geblaf van honden beschrijven. Het gegeven dat de hierboven aangehaalde oude vrouw frequent een bonkend geluid in haar woning hoort, is volledig in lijn met het bovenstaande dan ook zeer zeker op inbeelding gebaseerd. Dat neemt niet weg dat het bonkende geluid op een eerder tijdstip best wel een reëel geluid zou kunnen zijn geweest. Zeer waarschijnlijk is dat ook werkelijk het geval geweest. Maar het feit dat niemand momenteel dat geluid in haar woning hoort, betekent dat de bron van dat geluid ook werkelijk niet meer in de omgeving van haar woning aanwezig is. Het 'oude' geluid echoot dan blijkbaar nog lange tijd na in de hersenen van die betrekkelijk oude vrouw. Dat wil niet zeggen dat die vrouw niet serieus genomen moet worden in haar klachten over het feit dat zij die geluiden hoort. Maar het leidt dan beslist tot niets als men tot oplossing van haar probleem haar buurman zou gaan aanspreken. Want haar buurman zal haar allicht niet van dit soort inbeeldingen weten af te helpen.

Mocht men meer willen weten over het fenomeen van het horen van zogenaamde 'bandrecorderstemmen' dan zou men op de voorgaande link kunnen gaan klikken.