KLIK HIER VOOR INFORMATIE
OVER DE SITE

COLUMNS

Over belevenissen en inzichten

CLICK HERE FOR
THE PARENT SITE
and SITE SEARCH


Bandrecorderstemmen

Tien jaar van zijn leven bracht hij door met zijn onderzoek naar zogenaamde bandrecorderstemmen. Opnames van stemmen van mensen die niet meer in leven waren. Ja, het leek te gaan om geluidsfragmenten van stemmen van de geest van dode mensen. En die stemgeluiden nam hij op met een bandrecorder. Het betrof de Letse schrijver en intellectueel dr. Konstantin Raudive, een voormalig student van Carl Gustav Jung. Binnen de parapsychologie wordt het verschijnsel van deze paranormale stemmen aangeduid met de Engelse term: Electronic Voices Phenomenon (afgekort tot EVP). Tijdens zijn lange studie van het fenomeen schreef dr. Raudive er ook een boek over. Dat boek heeft de titel "Breakthrough" gekregen. Allicht omdat dr. Raudive dit stemmenfenomeen als een doorbraak beschouwde. Een doorbraak in het onderzoek binnen kringen van spiritisten naar een mogelijkheid voor direct contact met de geesten van dode mensen, in plaats van via een spiritistisch medium.

Maar was deze assumptie, van deze toch beslist intelligente Let, wel juist? Kennelijk niet! Want buiten zijn bekendheid in kringen van spiritisten en parapsychologen werd in zijn tijd aan zijn "ontdekkingen" nauwelijks aandacht besteed. En dat valt ook goed te begrijpen, want zijn vermeende ontdekkingen rijmden totaal niet met de gedachtengang van veel mensen over het wezen van de dood. Van de andere kant: spiritisten lieten soms toch ook curieuze verschijnselen zien aan hun bezoekers. Was dat dan allemaal fake? En was het bandrecorderstemmenfenomeen een wetenschappelijke malentendu van een groot geleerde als dr. Konstantin Raudive? En als dat laatste het geval is, wat verklaart dan het feit dat er toch wel degelijk merkwaardige stemgeluiden en geluidsfragmenten op zijn bandrecorder te horen waren?

Allereerst dit: de opnames die tot het bovengenoemde stemmenfenomeen leidden, gebeurden niet onder geluidloze omstandigheden. In tegendeel zelfs, deze opnamens lukten zelfs het beste wanneer er duidelijk sprake was van achtergrondgeluid. In spiritistische kringen vond men dat geen probleem. "Want de geesten hebben dat achtergrondgeluid nodig, om hun eigen geestelijke stemmen tot stemgeluiden te vervormen die voor "mensen (in de stof)" hoorbaar kunnen zijn", zeiden zij. De potentiële energie die in die geluiden besloten lag, werd volgens de spiritisten aangewend om in de geestenwereld het menselijke stemgeluid gestalte te doen geven.

"Maar is dit zo goed bedachte argument wel echt meer dan een kunst-argument?", zult u zich direct kunnen gaan afvragen. Wie het wil geloven, die moet dat dan maar doen! Enige rationalisatie is in dit geval echter wel op zijn plaats.

Maar goed! In die achtergrondgeluiden, die op de band van een bandrecorder waren opgenomen, hoorde dr. Raudive dus stemgeluiden. Stemgeluiden die niet van mensen afkomstig konden zijn. "Maar", zult u zich afvragen, "hoorden andere mensen dan alleen dr. Raudive, bij het afdraaien van die band, ook die stemgeluiden?" Ja zeker wel, maar lang niet altijd direct! En vaak pas na die opnames frequent te hebben afgeluisterd. Als die andere mensen eenmaal wisten op welke plaats die stemgeluiden op die band te horen waren. En als zij eenmaal wisten wat voor boodschap die stemmen vertolkten, hoorden ook zij die stemgeluiden doorgaans wel. En de situatie deed zich voor dat die stemgeluiden dan ook voor hen steeds duidelijker hoorbaar werden. Het gekke was echter wel dat de vermeende geesten, van wie die stemgeluiden afkomstig waren, via die bandopnames weinig verheffends hadden te melden. Het ging meer om losse kreten, dan om boodschappen van hoog spiritueel niveau. Dat feit was op zijn minst vreemd. Want dat was men binnen kringen van spiritisten niet gewend. Dus ging men twijfelen! En experimenteren! En men vroeg zich af: "horen andere mensen, welke die banden afdraaien, zonder enige beïnvloeding die stemfragmenten ook?".......... Nee, vrijwel nooit, zo bleek!.......... En dat was op zijn minst vreemd. Tot men zich bedacht dat dit verschijnsel zich vaker voordoet.

Neem bijvoorbeeld het banale, tikkende geluid van een klok. Sommige Nederlanders horen dat als "tik-tak" (vooral mensen uit Noord-Nederland), terwijl anderen duidelijk "klik-klak" menen te horen. Duitsers en Spanjaarden horen het weer als een "tik-tak geluid". Ze schrijven het alleen anders dan wij dat doen, namelijk respectievelijk als "tick-tack" en als "tic-tac". Terwijl Fransen en Engelsen met minstens zoveel zeggingskracht een "klik-klak geluid" menen te horen. Zij schrijven dat respectievelijk als "clic-clac" en als "click-clack". Bij torenklokken horen wij Nederlanders een "bim-bam geluid". Terwijl Fransen en Engelsen "ding-dong" menen te horen en Duitsers "kling-klang". Het klokkengeluid dat wij menen te horen is dus duidelijk bepaald door de cultuur waarin wij opgroeien. Als wij eenmaal (vaak reeds in onze jeugd) van andere mensen hebben gehoord hoe het geluid van klokken klinkt, horen wij het klaarblijkelijk ook steeds op die bepaalde wijze. De woorden voor de geluiden heten door klanknabootsing te zijn ontstaan. Hoe mensen die klank horen is blijkbaar erg verschillend. Al de hiervoor genoemde woorden zijn op klanknabootsing gebaseerd. Het Engelse woord voor het piepgeluid van muizen is "squeak". Uitspraak: [swkiek]. Voor ons als Nederlanders is het heel vreemd dat de Engelsen juist dit geluid menen te horen als zij een muis horen piepen.

In geheel andere gevallen doet zich wat dat betreft ook een vreemd verschijnsel voor, namelijk het verschijnsel dat wij als mensen op zeker moment niet meer vrijelijk kunnen verstaan wat er precies wordt gezegd. Als men bijvoorbeeld een zinsdeel, van een opname van een radio- of tv-programma niet goed heeft verstaan, zal men dat zinsdeel meestentijds niet beter verstaan als men het terugspoelt en opnieuw afluistert. Men zal het dan opnieuw op dezelfde wijze horen waarop men het eerst ook hoorde. Dit terwijl iemand anders het vaak wel direct goed zal verstaan. Een ander voorbeeld: als men de tekst van een gezongen en opgenomen liedje de eerste keer niet goed verstaat, wordt dat niet beter door de opname van dat liedje vaker te gaan beluisteren. Weet men eenmaal wel hoe de tekst van het liedje precies luidt, dan zal men niet goed kunnen begrijpen waarom men het eerder niet verstond. Een laatste voorbeeld: als men iemand in een vreemde taal hoort spreken en men verstaat bepaalde gedeeltes van wat hij zegt niet, dan heeft het doorgaans weinig zin om diegene te vragen dat zinsdeel te herhalen. Tenminste voorzover deze dat zinsdeel dan niet met een duidelijk andere intonatie probeert uit te spreken.

De conclusie die men hier uit zal moeten gaan trekken voor het fenomeen van de bandrecorderstemmen, is de volgende: doordat dr. Konstantin Raudive aan andere in paranormale zaken geïnteresseerde mensen vertelde waar en wat zij op de af te spoelen band van de bandrecorder konden horen, hoorden die mensen na frequente beluistering uiteindelijk ook datgene wat hij hen had voorgezegd. Vergelijkblaar met de inprenting van het klokkengeluid in onze jeugd. Bijspelende factoren zijn ook dat die andere mensen door hun vooropgezette, ondersteunende mening en belangstelling voor het paranormale, een autoriteit op dit gebied als dr. Konstantin Raudive niet graag wilden afvallen. En dat zij, door hun bijzondere belangstelling voor het paranormale, gepreoccupeerd waren betreffende de uitkomst van de onderzoekingen van dr. Raudive. Dat betekent in de praktijk dat niet iedereen van hen die stemgeluiden werkelijk overtuigend genoeg zal hebben gehoord. Maar omdat zij ook niet op hun geweten wilden hebben dat men dr. Konstantin Raudive als een fantast zou gaan beschouwen, lieten zij aan hem weten datgene te horen wat zij zouden moeten horen.

"Op de keper beschouwd" is het hele fenomeen van de bandrecorderstemmen dus allicht niets anders dan een misvatting. Een misvatting die ontstaat doordat de eerste toehoorder aan de latere toehoorders laat weten welke interpretatie er volgens hem aan een geluidsfragment moet worden gegeven. Voor de nog zo jonge wetenschap der parapsychologie was dit natuurlijk geen stimulerende ontdekking. Tenminste in die zin dat men binnen die wetenschap graag tot een andere conclusie zou zijn gekomen. Een conclusie die hun vooropgezette paradigma juist wel had ondersteund.