KLIK HIER VOOR INFORMATIE
OVER DE SITE

COLUMNS

Over belevenissen en inzichten

CLICK HERE FOR
THE PARENT SITE
and SITE SEARCH


Empathie

Met het woord empathie wordt een zeer belangrijk vermogen van mensen aangeduid. Namelijk het vermogen van mensen om zich te kunnen inleven in de gevoelens van andere mensen. Voor de mensen welke dit vermogen in ruime mate bezitten, is dat een factor die van grote meerwaarde is in hun contact met andere mensen. Het empathisch vermogen zorgt voor de juiste groepsdynamiek om de 'kudde' (excusez le mot), waarin mensen zich bevinden, doorgaans stevig genoeg bijelkaar te houden. Maar dit verschijnsel houdt vanzelfsprekend ook een beknotting in van de individuele vrijheid van al de anders zo prettig existerende menselijke wezens.

Het onderlinge inlevingsvermogen is natuurlijk niet bij alle mensen even sterk ontwikkeld. Hoewel men zich ook flink kan vergissen in het inschatten van de mate waarin andere mensen over dit vermogen beschikken. Want mensen kunnen erg van elkaar verschillen in de wijze waarop zij reageren op de gevoelens die zij van andere mensen gewaarworden. Onnadenkend geredeneerd zou men tot de conclusie kunnen komen dat vrouwen in algemene zin een sterker empathisch vermogen hebben dan mannen. Maar die mening zal bij wetenschappelijk onderzoek wel eens niet voldoende kunnen blijken stand te houden. De indruk dat mannen over het algemeen een minder goed ontwikkeld empathisch vermogen hebben dan vrouwen, zal allicht voor een groot gedeelte gebaseerd zijn op het waarnemen van de verschillen tussen mannen en vrouwen in hun reactie op bepaalde problematiek van emotioneel-gevoelige aard. Een vrouw zal zich dan immers eerder richten op de behoeften van het individu wat slachtoffer van die problematiek dreigt te gaan worden. Terwijl een man zich veeleer zal gaan richten op het aanpakken van de eventuele tekortkomingen in de groepsdynamiek die mogelijk tot die problemen hebben geleid. En vanzelfsprekend kan het één niet goed buiten het ander!

Hoe sterk het empathisch vermogen óók bij een man kan zijn ontwikkeld, blijkt bijvoorbeeld uit de beschrijving van een voorval wat een man van middelbare leeftijd overkwam. Die man zat in de wachtkamer van de tandarts te wachten op het moment waarop hij, voor odontologische behandeling, door de tandarts zou worden opgeroepen. Die man vernam daar in die wachtkamer plots het luide geschrei van een kind uit de behandelkamer van de tandarts vandaan komen. En die man wist maar al te goed dat een dergelijk geschrei van een kind vaak voortkomt uit angst voor de tandartsbehandeling zelf en niet zozeer van de pijn waarmee die behandeling eventueel gepaard zou gaan. Toch maakte het deze man ineens bang voor zijn eigen geplande behandeling. Een behandeling die overigens niets om het lijf had en waarmee hij normaal gesproken geen enkele moeite zou hebben. In tegendeel: hij onderging een dergelijke tandartsbehandeling vaak zelfs met een zekere mate van genoegen. Vooral als het een betrekkelijk lange behandeling betrof, want uit ervaring wist hij dat hij dan vaak in een dermate diepe toestand van relaxtie terecht zou komen, dat hij grote moeite zou hebben om niet in slaap te gaan vallen. Slechts de dan doorgaans door de tandarts frequent geuite verzoeken om de mond goed te gaan openen, hielpen hem dan om te voorkómen dat hij dan echt in slaap zou gaan vallen. Hij was er overigens wel van overtuigd dat betrekkelijk veel mensen, liggend in de tandartsstoel, in een dergelijk half-bewuste geestestoestand geraken. Dus zo bijzonder zou dat volgens hem wel niet zijn. Maar wat hij op dat moment ongewoon vond, was het feit dat hij zelf nu ineens zo merkwaardig nerveus werd. 'Dat komt door het heftige geschrei van het kind in de behandelingskamer van de tandarts', bedacht hij zich. Hij werd zelfs zó ongewoon nerveus als hij, naar eigen weten, in vergelijkbare omstandigheden nog niet eerder had meegemaakt. 'Het kan niet anders: dit moet haast wel een afspiegeling zijn van het vermogen tot empathisch aanvoelen van de gemoedsaandoening van een ander persoon', dacht hij. En hij dacht: 'zo werkt het dus, met dat zo vermaarde empathische vermogen van mensen. Aan de eigen reactie op de emotie van een andere persoon wordt men dan gewaar hoe die gebeurtenis de andere persoon heeft beïnvloed en/of heeft geëmotioneerd.

Het bestaan van het zo evidente inlevingsvermogen is allicht de basis voor het gevoel van verbondenheid dat mensen in groepsverband kunnen ervaren. In het hierboven geschetste voorbeeld betreft het een voorbeeld van een ervaring die voor de andere persoon positief zou kunnen uitwerken. Namelijk in het eventuele geval dat die ervaring ertoe zou gaan leiden dat die andere persoon steun zou gaan ervaren van de man welke in de wachtkamer op zijn eigen behandeling zat te wachten. Het inlevingsvermogen van mensen heeft echter ook een keerzijde. Want door dit zo aparte vermogen zijn mensen ook gemakkelijk in staat zich in te leven in de emoties van mensen die minder positieve bedoelingen hebben. Denk aan situaties waarin er sprake is van grote onenigheid onder de mensen. Met in de meest extreme situatie de vorm van onenigheid tussen mensen die ronduit 'oorlog' genoemd kan worden. In dat soort omstandigheden heeft het gevoel van verbondenheid tussen mensen doorgaans geen menslievendheid tot gevolg. Dat kan in dit soort omstandigheden zelfs gemakkelijk tot hevige vormen van martelen leiden. De mensen die andere mensen martelen, doen dat immers vaak niet eens zozeer omdat zij daar de opdracht toe hebben gekregen, maar vanuit de groepsbeleving van haat tegen de mensen die onder hun macht staan. Iets dergelijks speelt ook bij de zo vaak vóórkomende gewoonte van mensen om andere mensen te gaan pesten. Ook dat is min of meer een reactie op een algemeen gevoel van afkeer onder bepaalde mensen. Namelijk afkeer van de mensen die zij aan het pesten zijn. Iets dergelijks speelt ook een grote rol bij het groepsproces waarbij mensen er genoegen aan beleven om in negatieve zin over andere mensen te gaan roddelen. Het empathisch vermogen van mensen werkt ook in die situaties vaak negatief uit. Het sterk aanvoelen door die mensen van de slechte gedachtestroom van andere mensen, is dus beslist niet hoopgevend voor de mensen die daar het 'slachtoffer' van zijn.

Als vrouwen (zoals vaak wordt gedacht) zich werkelijk beter dan mannen zouden kunnen inleven in de belevingswereld van andere mensen, dan zou dat in situaties waarin er door de betreffende groep mensen tot pestgedrag wordt overgegaan, kunnen gaan lijden tot zeer vervelende gevolgen. Dit alles geldt niet alleen voor regelrecht pestgedrag, maar al evenzeer voor negatief geroddel onder de mensen. Want ook daar kunnen andere mensen in erge mate de dupe van worden. Het empathisch vermogen van mensen leidt dus ook in die situatie tot negatieve gevolgen. Empathie is dan niet zozeer op het slachtoffer gericht, maar veeleer op de medestanders. De medestanders namelijk die door hun negatieve emoties bijdragen aan het pestgedrag, of zelfs aan het martelen van bepaalde individuen.

Voor mensen met een sterk ontwikkeld vermogen tot inleving in de gedachten en de emoties van andere mensen, is het kortom van groot belang om zich niet te laten meeslepen in de eventuele negatieve emoties en dito gedachten die men empathisch van die andere mensen oppikt.

Het voorgaande relaas doet hier wél de vraag rijzen in hoeverre er verschil bestaat tussen het meer usuele en dus meestal wel gewaardeerde empathische vermogen en het zo magische telepatisch vermogen van mensen. Als antwoord op die vraag zal de volgende uiteenzetting enige verheldering kunnen gaan brengen: bij een persoon met telepathische scherpzinnigheid is niet alleen sprake van een eventueel wonderlijk weten van kennis over de gedachten en gevoelens van andere mensen, maar ongetwijfeld ook een sterk ontwikkeld empathisch vermogen. Althans op de momenten dat deze zijn vermeende vermogens aan zijn omstanders demonstreert. Dat zonderlinge feit zal een ieder, die hier regelmatig getuige van heeft moge zijn, ongetwijfeld beamen. Maar het grote verschil tussen een zeker empathisch weten en een zeker telepathisch weten zit duidelijk in de merkwaardige details en vermeende feitelijkheden welke bij het vermeende telepatisch 'weten' wel duidelijk naar voren komen en die bij het empathisch 'weten' zo duidelijk ondergesneeuwd blijven.

Echter als de 'feitelijkheden' van een vermeend telepathisch begaafd persoon vaak na controle zelfs niet met de grootst mogelijke moeite als kloppend kunnen blijken te kunnen worden aangeduid, zoals vaak het geval is, heeft men niets aan die vermeende 'gave' van een telepaat. En dan blijkt de zogenaamde gave van die telepaat in het meest gunstige geval op niets meer te zijn gestoeld dan op redelijk goed ontwikkelde empathische vermogens.

Vóór u besluit om een tip (die op deze website staat vermeld) te gaan opvolgen, dient u eerst de veiligheidsadviezen te lezen. Klik daarvoor op deze link.