KLIK HIER VOOR INFORMATIE
OVER DE SITE

COLUMNS

Over belevenissen en inzichten

CLICK HERE FOR
THE PARENT SITE
and SITE SEARCH


Feromonen

Feromonen zijn chemische stoffen die wel als geurstoffen worden beschouwd. Ze hebben veel weg van hormonen, namelijk vanwege het gegeven dat ze, net als hormonen, in minieme hoeveelheden grote invloed kunnen uitoefenen op het organisme van mensen en dieren. Maar in grote tegenstelling tot de intern gerichte uitwerking van hormonen op het eigen organisme, oefenen feromonen juist op externe wijze effect uit op het organisme van soortgenoten. Vanwege deze externe invloed op het organisme van soortgenoten, worden deze hormonen ook wel ectohormonen genoemd. Dit in tegenstelling tot de normale hormonen die, van vanwege het gegeven dat hun uitwerking slechts gericht is op het eigen lichaam, wel endohormonen worden genoemd.

Om het zo mysterieuze effect van feromonen op soortgenoten, worden feromonen ook wel "vliegende hormonen", of "lokstoffen" genoemd. Door middel van deze merkwaardige hormoonachtige stoffen vindt er tussen soortgenoten een vorm van communicatie via de lucht plaats. Hiermee zijn de individuele soortgenoten niet alleen in staat om goed te kunnen samenwerken en om het sociale geheel in stand te houden, maar ook om de aanzet te geven om zich te gaan voortplanten.

Deze zogenaamde vliegende hormonen moeten niet als geurstoffen worden beschouwd, omdat men deze stoffen niet met het reukzintuig kan waarnemen. Maar ze kunnen wel via de neus worden waargenomen met het zogenaamde vomeronasale orgaan. Dit orgaan, ter grootte van ongeveer 1 cm, ligt bij de mens zo'n anderhalve centimeter craniaal van de neusgaten vandaan, in de neus. Via de hypothalamus wordt de invloed van deze vliegende hormonen verwerkt in het limbische systeem. Dat gaat normaliter buiten de bewuste waarneming om.

Het onderzoek naar de stoffen, die tegenwoordig als feromonen bekend staan, is in het verleden op zeker moment op gang gekomen door de waarneming onder varkensboeren dat er in een zeer bepaalde situatie op spectaculaire wijze stareflex bij zeugen optrad. Namelijk in de situatie waarin er speeksel van de beer op de rug van een ter dekking staande zeug terecht was gekomen. Als gevolg van die stareflex neemt gewoonlijk de lust van de beer toe om tot dekking over te gaan (door die stareflex van de zeug wordt overigens ook het gemak bevorderd waarmee een inseminatie kan worden uitgevoerd). Die opvallende invloed van het speeksel van de beer op het gedrag van de zeug, trok sterk de aandacht van de wetenschap. En dat leidde tot de ontdekking van het feromoon "androstenone". Later bleken feromonen in allerlei verschillende variëteiten voor te komen. En ze bleken niet alleen soortspecifiek te zijn, maar ook genderspecifiek.

In de agrarische sector is het onder rundveehouders een bekend verschijnsel dat koeien elkaar soms besnuffelen door te gaan flehmen. Datgene wat met het woord "flehmen" wordt betiteld, is voor runderen een zeer kenmerkende manier van snuffelen. Hierbij wordt de ingeademde lucht uit de omgeving van het vestibulum van de vulva van een soortgenoot, langs het vomeronasale orgaan in de neusholte geleid. Als de besnuffelde koe toevallig "in oestrus is", is het flehmende rund in staat om die betreffende fase in de vruchtbaarheidscyclus bij haar soortgenoot gewaar te worden. De flehmende koe komt hiervan op de hoogte door de waarneming van het feromoon copuline in de opgesnoven lucht. Als een rund dat feromoon gewaar wordt, zal dat rund haar soortgenoot gaan bespringen. En als er zich een stier onder de koeien in de kudde bevindt, zal deze daardoor worden geattendeerd op de aanwezigheid van een bronstige koe. Voorzover deze dat niet zelf reeds had ontdekt, door bij die betreffende koe te gaan flehmen. Maar niet alleen de eventueel aanwezige stier wordt door het bespringen van een koe geattendeerd op de aanwezigheid van een bronstige koe in de kudde, maar ook de eventueel aanwezige veehouder. Dit bronstsymptoom van koeien is voor een veehouder vaak de aanleiding om de koe, waarbij dit verschijnsel door hem is waargenomen, te gaan aanbieden voor inseminatie. Alhoewel de conclusie, dat er sprake is van bronst bij een koe die door een andere koe wordt besprongen, niet altijd zo zwart-wit is als men wel eens meent.

De niet-bronstige koeien in de kudde koeien worden bijvoorbeeld ook wel door de eventueel aanwezige nymphomane koeien besprongen. Dat is een verwarrend gegeven! Klik voor verdere informatie hierover, op deze link: nymphomanie bij koeien. Koeien die te vaak, of te lang bronstigheid vertonen noemt men nymphomaan, óf nymfomaan. En de stoornis waaraan zij lijden heet nymphomanie, óf nymfomanie. (Ook duidt men die afwijking wel eens foutief aan met de benaming nimfomanie, zodat men als vervolg op die fout die koeien aanduidt als nimfomane koeien. Nymphomanie is een zeer bepaalde manifestatievorm van de afwijking COD (cystic ovarian disease). Een aandoening waarbij zich één of meerdere cystes op de ovaria bevinden. Bij nymfomanie is doorgaans slechts sprake van één relatief grote follikel-achtige cyste. Als dergelijke koeien geen veterinaire behandeling krijgen zal hun vruchtbaarheid sterk verminderd zijn. Voor de veehouder is dat een probleem. Maar het grootste probleem voor hem, met deze koeien, wordt gevormd door hun schijnbaar mysterieuze invloed op de vruchtbaarheid van de andere koeien in de veestapel. Door de aanwezigheid van een nymphomane koe in de veestapel, krijgt een veehouder namelijk te maken met het verschijnsel dat er op den duur meer koeien deze zelfde afwijking blijken te vertonen. "Het lijkt er wel op dat die afwijking besmettelijk is", zegt een dergelijke veehouder dan vaak. Het woord "besmettelijk" is dan vanzelfsprekend niet de juiste vlag die de lading dekt. Wel zou er in een dergelijk geval sprake kunnen zijn van het effect van de afgifte van copulinen aan de buitenlucht, door de nymphomane koe.

Een ander schijnbaar mysterieus verschijnsel wat veehouders soms bij hun koeien opmerken, is het verschijnsel van pseudocyesis. Met dit woord wordt het verschijnsel van schijndracht aangeduid, dat overigens niet eens zo heel erg zeldzaam is. Deze schijndracht, die ook wel pseudograviditeit wordt genoemd, gaat gepaard met een merkwaardig aantal symptomen die wel erg veel weg hebben van een echte graviditeit en die daarom het bedrijfsbeleid, van de betreffende veehouder voor die koe, behoorlijk op een dwaalspoor kan zetten. Eén van de vroegste symptomen die een veehouder bij schijndracht kan opmerken, vooral bij koeien van de laagste pariteit, zijn eventuele aanwijzingen voor het op gang komen van de melksecretie. Ook bij andere dieren en bij mensen doet dit verschijnsel zich voor. Wat de reden voor het ontstaan van schijnzwangerschap bij mensen betreft, meent men in medische kringen wel dat er een psychische oorzaak aan ten grondslag ligt. Maar het lijkt meer waarschijnlijk te zijn dat ook dit een door feromonen geïnduceerd verschijnsel is.

Net als bij runderen bleken bij vrouwen (op bepaalde perioden van de vruchtbaarheidscyclus) ook copulinen in het vestibulum aanwezig te zijn. En het bleek dat de vestibulaire klieren ook daar voor de afgifte van de copulinen hadden gezorgd. En verder bleek bij mannen, dat de mannelijke feromonen-variant zich in het okselzweet bevond. De gewoonte van mannen om pas het liefdespad te gaan betreden nadat zij zich hebben gedoucht, werkt dan ook deels contraproductief. Alhoewel....? Als de afgifte van de mannelijke feromonen aan de lucht gepaard gaat met een ranzige zweetlucht, zal het effect ervan wel eens niet groot kunnen zijn. Dit in tegenstelling tot de situatie waarbij er sprake is van het vrijkomen van feromonen uit vers zweet. Mannen die op hun werkplek samen met vrouwen werken en die op de fiets naar hun werk gaan, zouden dan ook wel eens meer kans kunnen maken om de daar aanwezige vrouwen het hoofd op hol te doen brengen, dan mannen die dat niet doen. Voorzover zij tenminste gedoucht en wel op de fiets zijn gestapt. Mannen houden er over het algemeen niet van om te gaan dansen, maar voor mannen die dat wel doen, blijken daar om bovengenoemde reden vaak onverwachte voordelen aan te zijn verbonden. Tenminste als zij dat onder dezelfde condities gaan doen als waaronder de hiervoor genoemde fietsers dat idealiter zouden moeten gaan doen.

De invloed van feromonen op het menselijke gedrag, moet men overigens ook weer niet gaan overschatten. Want de aan de lucht afgegeven feromonen moeten wel "kunnen landen". Dat wil zeggen: dat ze wel "een vruchtbare voedingsbodem" zullen moeten gaan aantreffen. En om de een of andere, nog goeddeels onverklaarbare, reden is die blijkbaar lang niet altijd aanwezig. Aan de ontvankelijkheid van de rondvliegende feromonen ligt mogelijk ook de afgifte van feromonen bij de potentiële partner ten grondslag. Het merkwaardige verschijnsel van "liefde op het eerste gezicht" is mogelijk een verschijnsel wat met die veronderstelde wederzijdse afgifte van feromonen te maken heeft. Dat zou dan betekenen dat van feromonen heel specifiek gerichte invloed naar een beoogde partner uitgaat.

De ervaring van veehouders dat nymphomane koeien ook sommige andere koeien (maar duidelijk niet alle koeien) met deze afwijking plegen op te zadelen, wijst ook enigszins in de richting van dezelfde gedachtegang. Maar hoe meer andere koeien nymphomane gedragingen gaan vertonen, hoe meer ook die andere koeien invloed zullen gaan uitoefenen op de rest van de koeien. Het probleem zal zich daardoor exponentieel gaan uitbreiden.

Onder vrouwen die intensief met elkaar samenleven, is het een ervaringsfeit dat de menstruatiecycli van die verschillende vrouwen de neiging heeft om synchroon te gaan lopen met die van de andere vrouwen. "Is ook dat een door feromonen gestuurd proces?", zou men zich kunnen gaan afvragen. Het zou goed kunnen, nietwaar? Onder vrouwen, zowel als onder bepaalde diersoorten, doet zich nog een verschijnsel voor wat aan de afgifte van feromonen ten grondslag zou kunnen liggen. Dat is het verschijnsel dat geboortes van meerlingen (o.a. tweelingen en drielingen) zich frequenter voordoen in die bepaalde periodes waarin er meer meerlingen worden geboren.

Door dit soort verschijnselen is het dan ook niet ondenkbaar, dat de afgifte van feromonen door een individueel dier (of door een individueel mens) ook van invloed is op de processen zoals die zich in de ovaria van de andere dieren (of de andere mensen) afspelen. Voor het ontstaan van meerlingen, moet er immers bijvoorbeeld meer dan een enkel ovum worden bevrucht. Of er moet een deling plaatvinden van het reeds bevruchte ovum. En bijvoorbeeld voor het ontstaan van een follikel-achtige cyste op de ovaria moet de follikelrijping ook afwijkend verlopen.