KLIK HIER VOOR INFORMATIE
OVER DE SITE

COLUMNS

Over belevenissen en inzichten

CLICK HERE FOR
THE PARENT SITE
and SITE SEARCH


Merkwaardige manifestaties aan het firmament

Rijdend in mijn auto, werd ik eens op een ochtendvroeg een grote fakkelende vlam gewaar. Een vuurvlam die uittorende boven het dak van een grote boerderij. Als enige getuige daar ter plaatse van die ogenschijnlijke brand, kon ik dit niet zomaar aan mij voorbij laten gaan, realiseerde ik mij. Dit ondanks het feit dat ik er eigenlijk geen tijd voor had. Ik was aan het werk en ik moest die dag nog een flink aantal klanten bezoeken. Maar als ergens een brand woedt en als er gevaar voor andere mensen is, zal men nu eenmaal wel hulp moeten bieden. Ik besloot om eerst eens de richting van die brand op te gaan rijden. Namelijk om te zien waar de brand woedde en wat er precies aan de hand was.

Gedurende korte tijd reed ik recht op de brand toe, omdat de weg precies dezelfde richting op ging. Maar toen op zeker moment de weg enigszins van die richting afboog, bleek de vlam los te komen van de boerderij. Blijkbaar had die vlam niets van doen met die boerderij. En het viel mij op dat ik ook nauwelijks rook bij die brand gewaar werd. Dat was toch op zijn minst vreemd, bedacht ik mij. Dit terwijl het toch zeker wel om een enorme steekvlam ging.

Om dus te zien wat er toch eigenlijk aan de hand was, reed ik verder door, in de richting van die vlam. Althans voor zover het wegenweb dat toeliet. Het duurde lang voor ik echt dichter bij die vlam leek aan te komen. Uiteindelijk was ik zelfs in een havenstad aangekomen, terwijl ik nog steeds niet de brand had benaderd. Daar verbaasde ik mij toen nogal over. Totdat ik mij realiseerde dat die vlam niet te maken had met een brand op het land, maar in tegenstelling daartoe met een brand op zee. Toen ik helemaal bij de kust was aangekomen, zag ik pas waar die vlam werkelijk vandaan kwam. Namelijk van een pijp nabij een boorplatvorm. Men was het gas, dat uit die pijp naar buiten stroomde, blijkbaar aan het affakkelen.

Lange tijd daarna zag ik rijdend in mijn auto, op een ochtendvroeg, eens een fakkelende gloed boven de bebouwing van een dorp uitkomen. Ook dat verschijnsel kon ik toen niet duiden. Was er sprake van een grote brand in dat dorp? De fakkels van die gloed kwamen uit een centraal punt vandaan. Dat viel mij wel meteen op. Ook de wijze oude man, die naast mij in de auto zat, keek er vreemd van op. Het was ons niet duidelijk wat dit toch was. Heel even dachten wij nog dat die gloed misschien uit een grote luchtballon vandaan kwam, omdat wij al gauw ook een part van een grote ronde schijf zagen. Beiden geloofden wij niet echt in het idee dat er door mensen op aarde ooit enig contact was geweest met existenties van buitenaardse origine. Die optie viel dus af! Dat lieten wij elkaar op dat moment, gek genoeg, weten. Toen wij verder reden in de richting van die vuurgloed, bleek die gloed van een grote rode schijf vandaan te komen. Een schijf die qua omvang veel groter was dan een luchtballon en die ook veel groter was dan de zon, zoals men die gewoonlijk aan de hemel waarneemt. Bovendien was het part van die schijf rood gekleurd. En dus duidelijk niet helder wit, zoals wij van de zon gewend zijn.

Wij beiden hadden iets dergelijks niet eerder gezien. Zo lieten wij elkaar weten, na een tijdje van verwondering. Maar zonder het in eerste instantie uit te spreken, dachten wij beiden ook al gauw dat het toch eigenlijk wel de zon zou betreffen. Want het part van de grote ronde en rode schijf, dat wij nu duidelijk in ons blikveld hadden, werd almaar groter. Net als tijdens het krieken van de dag het geval is met de zon. En het bleek nu ook nog eens echt om een bolvormig object te gaan. Het móest dus eigenlijk wel om de zon gaan!

Wij realiseerden ons op dat moment dat objecten aan de hemel, die dicht bij de horizon worden waargenomen, er door een vertekening in de waarneming veel groter dan anders lijken uit te zien. Het was gezichtsbedrog dat de zonneschijf nu veel groter leek te zijn dan anders het geval is. En wij realiseerden ons ook dat de rode aanblik van de zon op dat moment zou kunnen zijn veroorzaakt door hetzelfde verschijnsel wat de maan in de avond soms rood doet verkleuren.

Ons beider conclusie bleek juist te zijn geweest, zo werd spoedig duidelijk toen het fel rood gekleurde ronde object na verloop van tijd hoger aan de hemel kwam te staan. En zijn rode verkleuring en grote vóorkomen verdwenen. Maar vreemd genoeg hadden wij bij ons weten dit verschijnsel beiden niet eerder waargenomen. Door logisch redeneren waren wij, apart van elkaar, toch uiteindelijk beiden tot de conclusie gekomen dat deze aparte waarneming de waarneming van de zon betrof. Toch vreemd dat wij dit, in onze herinnering beiden niet eerder hadden waargenomen. Dit terwijl wij beiden door ons werk, c.q. door onze hobby, in ons leven toch betrekkelijk vaak de zonsopkomst aan het hemelgewelf hadden waargenomen.